‘Verwrongen’ arbeidsethos

Een vrouw ligt even uitgeteld op bed. Zij werkt bij een bedrijf dat onder meer gericht is op de

begeleiding van kwetsbare groepen en mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Dit bedrijf is bij nader inzien helemaal niet zo sociaal, als het doet voorkomen. De vrouw voelt zich al geruime tijd niet zo lekker. Ze heeft te lang en te veel fysieke werkzaamheden verricht in combinatie met werk gerelateerde stress, maar werkt sinds kort weer halve dagen. Omdat zij dit van haar werkgever moet. Zij had liever een poosje thuis willen uitrusten en volledig willen herstellen, maar daar wordt niet naar geluisterd. De bedrijfsarts schijnt het advies te hebben gegeven dat ze weer volledig aan het werk kan. De huisarts laat het liever over aan de bedrijfsarts. De vrouw is ze best gevoelig en is een beetje conflictmijdend, maar als zij niet doet wat haar werkgever zegt, dan dreigt er van alles, en bestaat er mogelijk risico op ontslag. Voor dit bedrijf schijnt het werk belangrijker te zijn dan het

herstel van een medewerker.


Dit is een voorbeeld uit de praktijk, maar het lijkt er veel op dat ons wordt voorgekauwd dat elk mens een niet te onderschatten prestatie moet leveren om uiteindelijk van waarde te worden geacht. Tijd is geld wordt er vaak gezegd. We moeten maar bewijzen dat we het inkomen dat we ontvangen echt verdienen. Niets doen of even lui op de bank liggen mag eigenlijk niet. We produceren en consumeren allerlei rotzooi die eigenlijk nergens toe dient, terwijl er op dit moment vele mensen in ons land moeite hebben om rond te komen en/of naar de voedselbank gaan. Tegelijkertijd leven velen schijnbaar nog steeds op individuele eilandjes in een soort aards Walhalla, waar het opvalt dat er steeds vaker dure Mercedessen, Audi’s en BMW’s op de weg rijden, terwijl er aan de andere kant

mensen in ons land, maar ook in arme landen op het spreekwoordelijke houtje zitten te kauwen. Het is opvallend dat dat de welvaart zo ontzettend ongelijk is verdeeld en dat de tijd dat we tevreden waren met een weerbestendig dak boven ons hoofd, een Lada ‘Sport’ en een fatsoenlijke maaltijd, ver achter ons ligt. Het moet alsmaar meer, beter, mooier, luxueuzer.


In veel tegenwoordige samenlevingen lijkt het er op dat de mensen die het voor het zeggen hebben het liefst zouden willen dat elk mens een bijdrage levert aan de samenleving. ‘Iedereen moet maar aan het werk’ of ‘werk boven inkomen’ wordt tegenwoordig makkelijk in de mond genomen. Maar is dit reëel? Als je niet of niet meer toe in staat bent om te werken, als je niet meer de prestatie kunt of wilt leveren waartoe je geacht wordt, als je oud, ziek of gebrekkig wordt, als je te weinig over kwalificaties beschikt of opleiding hebt genoten, word je genadeloos van de sneltrein af gerangeerd. Wie heeft prestatienormen bepaald en voor wie het van levensbelang is dat je hele weken je het schompes moet werken? Waarom zijn de laagstbetaalde baantjes vaak fysiek gezien het zwaarst? Als je niet meer mee kunt komen dan heb je pech gehad. Zo word een verliezer in het kader van de arbeidsethos neergezet.


Waarom zijn we minder of niet tevreden als we genoeg hebben om van te leven? Waarom steeds willen we steeds meer, steeds geavanceerder alsof we een onverzadigbare lege ruimte in onszelf willen opvullen? Veel mensen moeten baantjes accepteren waarin ze zich niet zo prettig voelen of die niet bij hun passen omdat ze anders geen geld hebben om van te leven. Vrijwel iedereen in ons land lijkt een dergelijke werkdwang en omgang met mensen normaal te vinden.


Hoe zou onze samenleving functioneren als geld en het winst maken ten koste van een ander een minder beduidende factor zou zijn?. Als die ruimte er zou mogen komen, zou dat toch geweldig zijn. Het is toch eigenlijk niet menswaardig dat een ‘werkzoekende’ direct na binnenkomst bij het UWV op zijn vingers wordt getikt omdat hij vijf minuten te laat voor een afspraak was. Alleen omdat de bus waarmee hij naar het UWV moest reizen vertraging had, werd er onmiddellijk gedreigd met een korting op zijn uitkering. Zeg nou zelf: ‘Dat is toch om te huilen’.


Wat te zeggen van het voorbeeld dat we daarmee aan onze kinderen doorgeven, die tegenwoordig eigenlijk nauwelijks meer kinderen meer mogen zijn, maar in feite worden klaargestoomd tot minirobotjes als een soort verlengstuk waarmee vele ouders zich willen profileren. Het is tekenend dat een groep tieners en jongvolwassen een uitweg zoeken in de drugs en dat er zelfs sommige zelfmoord plegen omdat zij zich klaarblijkelijk buitengesloten voelen.


Ondertussen ligt de vrouw stil op het bed uit te rusten van de door haar verrichte inspanningen op het werk. Wat mij betreft mocht ze wel wat van Pipi Langkous in zich hebben (ik ook trouwens), maar die veroorzaakte – naar ik vernomen heb – ook al veel ophef in Nederland, vanwege het rebelse voorbeeld dat zij aan leeftijdsgenootjes gaf. Een kudde makke schapen laat zich immers makkelijker leiden.